De geschiedenis

De oprichting

'Heden, den een en twintigste februari negentienhonderd vijf en dertig, verscheen voor mij, Theodorus Maria van Aalst, notaris, der standplaats Ossendrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen de Weleerwaarde Heer Florimon Phoralidus van Putte,Roomsch-Katholiek Priester en Kapelaan, wondende te Ossendrecht.'

Zo begint de oprichting van de stichting, die de naam draagt "Onze Lieve Vrouw ter Duinen".
Aanleiding voor dit alles was de economische crisis eind twintiger jaren, die in de Zuidwesthoek van Brabant veel armoede en werkeloosheid bracht. Kapelaan Flor van Putte trok zich het lot aan van het steeds maar groeiende aantal werkelozen, en begon in 1928 vanuit het parochiewerk in Ossendrecht activiteiten voor de werkloze jongeren op te zetten.

Naast figuurzagen, leerden de jongens pitrietvlechten en koperzagen. In de loop van jaren kwamen er steeds meer ambachten bij. Toen het ministerie van Sociale Zaken in 1932 een brochure "Zorg voor werkloze jeugd" uitbracht en jeugdwerkkampen oprichtte, was dit voor Flor van Putte het startsein voor zijn unieke project "Onze Lieve Vrouw ter Duinen". De werkelozen begonnen met de bouw van een jeugdhuis in Ossendrecht, dat 14 september 1936 gereed was, en dat werd ingezegend door Mgr. Hopmans, de toenmalige bisschop van Breda.


Inzegening van de Volksabdij (14-09-1936)


Het uitgraven van de vennen, 1936


1936-1939

De interne werkloze jongeren bleven 6 tot 8 weken in het kamp; per gezin mocht maar één kind aangemeld worden. Voor de jongens van het buitenkamp telde die periode niet. Van de werklozen uit de omgeving met een vakopleiding werd vooral gebruik gemaakt bij de bouw. De jongens die geen vakopleiding hadden werden ingezet bij het graven van de 3 vijvers, het ontginnen en bebossen van het terrein, het aanleggen van parken en wegen, van een openluchttheater en een sportveld.

Na het hoofdgebouw volgde een andere nieuwbouw, namelijk de werkplaatsen zoals een timmerwinkel, smederij, schildersatelier, schoenmakerij, tekenzaal en bakkerij. In 1937 wordt een boerderij aangekocht met ruim 10 ha grond. Er komt een veestapel, een boomgaard met ruim 500 fruitbomen en een flinke moestuin die bijna alle groenten en aardappelen levert voor de kampen. Dit jaar wordt ook de bibliotheek gerealiseerd. In 1938 wordt begonnen met de bouw van een tweede vleugel. Kampleider Emiel Raaymakers verwezenlijkt in 1939 een keramiekschooltje; de jongens zelf bouwen de keramiekoven. De abdij groeit en groeit...

In 'Dux', een Rooms-Katholiek tijdschrift voor de 'rijpere jeugd', verscheen in 1939 een artikel over de Volksabdij. Daarin staat o.a.: Het geven van de naam "Volksabdij" aan zijn werkkamp voor jeugdige werklozen, tekent niet alleen de originele geest van Rector van Putte, maar stelt zijn jeugdwerklozenzorg ineens op een hoger pedagogisch niveau. Meer dan bij een werkkamp, staat de deur voor iedereen open als centrum van cultuur, van arbeid en van godsdienstig leven. De abdij-idee komt tot werkelijkheid door leken; de naam "Volksabdij"betekent: 'Vaderhuis voor het volk'.


De keramiekschool


De oorlogsjaren

In 1940 startte "Jongensland": voor jongens die buitenlucht en goede voeding behoeven. Het zou maar een jaar duren.

In maart 1941 ontving Rector van Putte een brief van het Departement van Sociale Zaken wat betreft de overdracht van de kampen.  Ondanks zijn protesten dat het hier om een particulier Kerkelijk goed ging kwam er toch een einde aan Jongensland en het jeugdwerklozenkamp O.L.V. ter Duinen.

Tijdens de tweede wereldoorlog werd de Volksabdij noodziekenhuis voor zieken en bejaarden uit Rotterdam. Ook het noviciaat van de Broeders van Huijbergen vond er vanaf 1941 onderdak. omdat Ste. Marie gevorderd was door de Duitsers. De marechaussee van Huijbergen kreeg een gedeelte van de barakken en werd onderdak verleend aan onderduikers en tevens aan de Duitse bezetters zelf!
Om met de woorden van rector van Putte te spreken: "in die tijd was de Volksabdij een vaderhuis voor velen!"


1945-1958

Na de bevrijding in 1945 verlieten de zusters en de patiënten de abdij, evenals de Broeders van Huijbergen.
Het werd er stil, maar niet voor lang. Al op 6 december 1945 kwamen in de gebouwen en barakken jongens van 12-14 jaar wiens ouders politiek delinquent waren: de NSB-jeugd.

Ook verbleven er ook 'instantie-kinderen'; kinderrechter- en kinderbeschermingspupillen. In 1947 waagde Rector van Putte een grote sprong en plaatste een advertentie waarin O.L.V. ter Duinen als internaat verder ging.
Het internaat en bijbehorende ambachtsschool werden officieel erkend en in september 1947 telde de school 120 leerlingen. Hiermee werd in feite de basis voor de 'LTS' gelegd.

Van 1947 tot 1958 was O.L.V. ter Duinen een Seculier instituut; een organisatie van (veelal) ongehuwde leken en soms ook priesters, die zich in hun eigen werkmilieu, dienstbaar maakten aan de naasten, levend vanuit de Evangelie. Veel  leden legden een gelofte af van gehoorzaamheid, zuiverheid en armoede. Uit de folder 'Geen kostschool , doch een leefgemeenschap, is het wezen van ons internaat. De godsdienstige vorming was en bleef een belangrijk onderdeel van de opleiding.

In 1958 werd het instituut opgeheven wegens gebrek aan leden, en werd er een beroep gedaan op de Broeders van Huijbergen om het internaatswerk te continueren.


de bakkerschool


1958-1982

Nadat in 1958 het Seculier Instituut werd opgeheven werd er weer een beroep gedaan op de Broeders van Huijbergen. Zij gaven leiding aan het internaat tot 1982. Vanuit de Volksabdij werd het maatschappelijk werk gestart, daardoor kreeg de zorg voor bejaarden vorm in de huizen "Bieduinenhof" (1958) en "Mariahove" (1966) in Ossendrecht.
Het internaat opent een nieuw schoolgebouw met leslokalen en praktijkruimtes.  Dit nieuwe gebouw gaat na sluiting van het internaat verder als 'LTS'. 
Na het sluiten van het internaat in 1982, functioneerde de Abdij als bezinningscentrum en werd geleid door een communiteit, bestaande uit een priester, een pater Benedictijn en broeders van Huijbergen.  Deze verlaten in 2002 de Volksabdij, om terug te keren naar Ste. Marie in Huibergen.


Krantenbericht uit 1986


Luchtfoto uit 1986


2002-heden

Vanaf 2002 is de Volksabdij voortdurend bezig met het moderniseren, professionaliseren en uitbreiden van haar diensten, service en gastvrijheid. Nadat de broeders vertrokken in 2002, wordt de Volkabdij door directeur Jan van Til team geleid. Tussen 2002 en nu zijn de kamers gerenoveerd, is het restaurant uitgebreid (en 'De Blauwe Pauw ontstaan) en worden er steeds meer activiteiten opgezet. In 2010 werd  SJSJ/Almata (voorheen Den Engh) uitgebreid met 4 woonunits voor 80 jongeren, en is het Mollercollege in 2011 verhuisd naar een nieuw schoolgebouw op de oude sportvelden. In 2013 is er begonnen met het opnieuw inrichten van de parkeerplaatsen en is een vlindertuin aangelegd waar in het voorjaar van 2014 de eerste vlinders neerstreken.
Eerder in 2013 deed de Volksabdij mee in de subsidieaanvraag 'Landschap van Allure' van de provincie Noord Brabant. Helaas werd deze subsidie niet toegekend. Inmiddels is één en ander voor de herinrichting van het terrein van de Volksabdij in werking gesteld. Op 16 februari 2016 bezochten Koning Willem Alexander en Koningin Maxima de Volksabdij. Zij startten in de kapel van de Volksabdij het streekbezoek aan de Brabantse Wal.

                                      Bezoek Koningspaar Volksabdij 1